demo-demo
Image Decription Image Decription Image Decription

 

Lopende en cumulatieve kosten van primaire immigratie tijdens Rutte II

De kosten van immigratie plus daaruit voortvloeiende volgmigratie tijdens Rutte II zijn doorgerekend met het model. Het gaat hier om asielmigratie en arbeid en studie gerelateerde immigratie uit Oost-Europa, de rest van het Westen en uit niet-westerse landen en de daaruit voortvloeiende gezinsmigratie, zoals verder toegelicht onderaan deze pagina.

In deze berekening is niet opgenomen:

Het gaat in deze berekening dus puur om nieuwe primaire immigranten en hun volgmigranten. De berekening is beperkt tot de eerste en tweede generatie.

Totale kosten immigratie Rutte II kunnen oplopen tot 100 miljard euro

De kosten daarvan staan in onderstaande tabel. De totale cumulatieve kosten zullen de komende decennia oplopen tot vele tientallen miljarden euro's. Uiteindelijk kan het bedrag mogelijk oplopen tot 100 miljard euro. Opgemerkt dient te worden dat bedragen naarmate ze verder in de toekomst liggen met meer onzekerheden omgeven zijn. Als de kosten steeds verder oplopen is bijvoorbeeld ook te verwachten dat de verzorgingstaat in reactie zover afgebouwd zal worden dat de kosten daardoor zullen dalen. Maar ook bij de kosten op termijn van 10 of 20 jaar gaat het al om duizelingwekkend hoge bedragen van tientallen miljarden euro's. 

Miljarden euro's 2020 2030 2040 2050 2060 2070 2080 2090 2100
Totale kosten 18 36 51 63 74 83 90 95 99
Waarvan voor asiel 15 31 40 48 53 57 61 65 68

De migratie tijdens Rutte II zal Nederland dus veel geld kosten - net als overigens de migratie tijdens voorgaande kabinetten. De omvang van de kosten maakt duidelijk dat de verzorgingsstaat uiteindelijk niet houdbaar is in het licht van de huidige massa-immigratie. De kosten van immigratie worden daarmee afgewenteld op degenen die afhankelijk zijn van de verzorgingsstaat en op werknemers die qua arbeidsmarktkarakteristieken het meest lijken op de immigranten, voornamelijk mensen met een laag of midden scholingsniveau, waaronder uitdrukkelijk ook eerdere cohorten immigranten.

In onderstaande afbeelding is de ontwikkeling te zien van de geschatte lopende kosten. We nemen het voorbeeld van de gemiddelde asielmigrant. Deze kost zoals elders op deze site uitgelegd gemiddeld (voor individuen zijn de uitkomsten uiteraard altijd uiteenlopend) over zijn of haar resterende verblijf veel geld vanwege de gemiddeld hoge uitkeringsafhankelijkheid en lage belastingafdrachten. Deze kosten beginnen met de directe kosten van de asielprocedure, maar blijven daarna gedurende de hele resterende verblijfsduur doorlopen. Denk aan kosten voor bijstandsuitkeringen, huursubsidie, gezondheidszorg en uiteindelijk de AOW. De kosten worden als het ware over een lange tijd uitgesmeerd. In onderstaande grafiek is dat weergegeven. Bij de aan het CPB ontleende methode worden kosten naarmate ze verder in de toekomst liggen minder zwaar gerekend. Dat verklaart waarom de kosten voor asiel na een aanvankelijke piek ook snel dalen.

 

 

Ook voor immigranten uit Oost-Europa en niet-westerse arbeidsmigranten is er van meet af aan een negatief saldo. Voor westerse immigranten is er aanvankelijk een batig saldo, omdat de primaire immigranten deels instromen op een gunstige leeftijd en door een gunstiger bijdrageprofiel dan ook substantieel belasting afdragen. Na enige tijd gaan de kosten overheersen, temeer omdat de tweede generatie vanaf de geboorte netto profijt heeft van de overheid en ook ten opzichte van de gemiddelde Nederlander onderpresteert wat betreft arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

Tot slot in onderstaande afbeelding de cumulatieve kosten. Deze zijn uiteindelijk voor alle groepen negatief. De totale verwachte kosten lopen elk jaar verder op. Als men de kosten voor de vier groepen optelt in de verre toekomst zelfs boven de 100 miljard, als is dat bedrag natuurlijk met grote onzekerheden omgeven, alleen al omdat de houdbaarheid van de verzorgingsstaat juist door deze massa-immigratie op het spel staat.


 

Toelichting

In totaal komen er tijdens kabinet Rutte II bijna 0,9 miljoen immigranten naar Nederland. Deze bovenstaande kosten hebben betrekking op een schatting van de gedurende Rutte II optredende asielmigratie en economische immigratie. Voor asielmigratie is uitgegaan van 105 duizend asielzoekers en zijn de schattingen voor toekenning en nareis van de Kernprognose 2015-2060 van het CBS gevolgd.

Met economische migratie wordt bedoeld arbeid en studie gerelateerde immigratie en de daarmee samenhangende gezinsmigratie, exclusief immigratie van in Nederland geboren personen en personen uit Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen en exclusief gezinsmigratie van bestaande migrantenpopulaties. De berekeningen hebben dus géén betrekking op immigranten die voor november 2012 (het aantreden van Rutte II) reeds in Nederland verbleven. Om dit te bewerkstelligen zijn alle bestaande populaties in deze simulatie op nul gesteld. Deze economische migratie is geschat op ruim 400 duizend personen.

Onderstaande afbeelding laat zien hoe de daaruit resulterende populaties zich door onder ander remigratie, volgmigratie, geboorte en sterfte zullen ontwikkelen volgens het model als de instroom gelijk wordt verdeeld over de maanden van oktober 2012 tot en met april 2017. Netto levert deze immigratie een bevolkingsgroei op van circa 250 duizend personen rond 2060.